De politieke besluitvorming over de vervanging van de F-16 is in de jaren negentig van de vorige eeuw begonnen. Dit proces is op drie manieren gestructureerd. De Algemene Rekenkamer deze drie manieren op een rij.

Het politieke besluitvormingsproces over dit project is op drie manieren gestructureerd:

  1. Defensie Materieel Proces (DMP) 
  2. Regeling grote projecten 
  3. Begrotings- en verantwoordingsproces 

Sinds 2007 publiceert het Ministerie van Defensie elk jaar het Materieelprojectenoverzicht (4). Dit is een overzicht van alle lopende materieelprojecten van het Ministerie van Defensie, waaronder de vervanging van de F-16.

1. Defensie Materieel Proces (DMP)

Het Ministerie van Defensie heeft in het Defensie Materieel Proces regels opgesteld voor de aanschaf van militair materieel, informatiesystemen en infrastructuur voor projecten vanaf vijf miljoen euro.

Deze regels bepalen zowel de processen binnen het ministerie zelf, als de manier waarop de minister de Tweede Kamer over de aankopen informeert. Het DMP is in 2016 vernieuwd. Het project Vervanging F-16 verliep nog volgens het oude DMP.

Projecten in het oude DMP doorlopen de volgende fasen:

  • behoeftestelling (fase A)
  • voorstudie (fase B)
  • studie (fase C)
  • verwervingsvoorbereiding (fase D)
  • evaluatiefase (fase E; alleen voor projecten vanaf 250 miljoen euro)

Elke fase sluit af met een brief ter informatie aan de Tweede Kamer. In het project Vervanging F-16 /  Verwerving F-35 bespreekt de Tweede Kamer de brief doorgaans met de minister van Defensie.
In het project Vervanging F-16 ontving de Tweede Kamer de A-brief in 1999; de (gecombineerde) B/C-brief in 2002. Het Ministerie van Defensie heeft de D-brief in december 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd.

2. Regeling grote projecten

De regeling grote projecten is ingesteld door de Tweede Kamer. De Tweede Kamer kan een bepaald project de status van ‘groot project’ geven. Vanaf dat moment moet de minister de Tweede Kamer met periodieke rapportages informeren over de voortgang van het project.
De Tweede Kamer spreekt met de minister af welke onderwerpen in de voortgangsrapportage aan de orde moeten komen. De Tweede Kamer heeft voor het project Vervanging F-16 in 1999, 2009 en 2014 zulke afspraken gemaakt.
De minister moet bij de voortgangsrapportage ook een accountantsrapport van de Auditdienst van het Rijk (ADR) voegen. In dit accountantsrapport geeft de ADR zekerheid aan de Tweede Kamer over de betrouwbaarheid van de inhoud van de rapportage van de minister.
Het project Vervanging F-16 is in 1999 aangewezen als groot project. Sindsdien moeten de ministers van Defensie en van Economische Zaken jaarlijks een voortgangsrapportage  naar de Tweede Kamer sturen. Sinds 2014 wil de Tweede Kamer de rapportages elk halfjaar ontvangen, op 17 maart en op Prinsjesdag.
De voortgangsrapportages van maart bevatten de verantwoording over het afgelopen jaar. De voortgangsrapportages op Prinsjesdag bevatten de nieuwe ramingen.

3. Begrotings- en verantwoordingsproces

Begrotingen en jaarverslagen

Op de derde dinsdag in september (Prinsjesdag) presenteert de regering haar plannen voor het komende begrotingsjaar. Ruim anderhalf jaar later doen de ministeries in hun jaarverslagen verslag over hun uitgevoerde activiteiten. Dat gebeurt op Verantwoordingsdag, de derde woensdag van mei. De begrotingen en jaarverslagen van alle ministeries zijn openbaar toegankelijk in de begrotingen en de jaarverslagen legt de regering uit wat de plannen zijn voor de vervanging van de F-16 en hoeveel geld hieraan wordt uitgegeven.

Materieel Projecten Overzicht

De minister van Defensie publiceert sinds 2007 op Prinsjesdag bovendien bij de begroting van Defensie het jaarlijkse Materieel Projecten Overzicht (MPO). Hierin staat een overzicht van alle lopende materieelprojecten. Het project Vervanging F-16 / Verwerving F-35 is onderdeel van het MPO. Het MPO biedt de Tweede Kamer samenhangende informatie over alle materieelprojecten boven de 25 miljoen euro en/of die politiek gevoelig zijn. Het MPO beschrijft onder meer hoe een project past in het defensiebeleid en geeft inzicht in de samenhang met andere materieelprojecten. Ook laat het belangrijke wijzigingen in projecten zien ten opzichte van het voorgaande jaar.