MOU's JSF

Nederland geeft sinds de jaren negentig geld uit voor deelname aan het JSF-programma en is sinds 2002 partner in dit programma. Hiervoor heeft Nederland verschillende internationale samenwerkingsovereenkomsten getekend, de zogenoemde Memoranda of Understanding (MoU). In deze samenwerkingsovereenkomsten zijn de financiële bijdragen van de partnerlanden afgesproken, voor Nederland in totaal circa 1,74 miljard euro.  

Een MoU is een internationale overeenkomst, in dit geval tussen de Ministeries van Defensie van de aangesloten landen. De belangrijkste MoU’s rond de JSF zijn de volgende: 

  • Concept Demonstration Phase (CDP): MoU voor de fase waarin het idee voor de nieuwe straaljager wordt uitgewerkt.
  • System Development and Demonstration (SDD)): MoU voor de ontwikkelfase van het vliegtuig.
  • Production Sustainment and Follow Development (PSFD): MoU voor de fase waarin het vliegtuig wordt geproduceerd, in stand gehouden en doorontwikkeld.
  • Initial Operating Test and Evaluation (IOT&E): MoU voor de testfase, inclusief de uitgaven voor de twee testtoestellen. 

De totale Nederlandse bijdrage aan de MoU’s van het JSF-programma wordt geraamd op ongeveer 1,74 miljard euro. Los van de twee testtoestellen komt de aanschaf van de JSF boven op dit bedrag. 

Onderstaande figuur geeft een beeld van de verdeling van de afgesproken Nederlandse bijdragen per MoU (x 1 miljoen euro; prijspeil 2012).

Hoewel de bijdragen voor de MoU’s in principe vast liggen, kunnen zij toch per jaar anders uitvallen. De bedragen kunnen door drie oorzaken veranderen:

  1. Door Amerikaanse inflatie: de bedragen zijn afgesproken op basis van het Amerikaanse prijspeil in een bepaald jaar (basisjaar: base year-dollars). Door de inflatie moeten sommige bedragen worden aangepast aan het prijspeil van het jaar waarin de uitgaven moeten worden gedaan (then year dollars). Dat geldt vooral voor langlopende MoU’s zoals de PSFD.  De bijdragen voor de CDP- en de SDD-fase veranderen niet meer omdat zij al zijn betaald.
  2. Door koersveranderingen: als de bedragen in dollars zijn afgesproken kunnen koersveranderingen hogere of lagere kosten in euro’s veroorzaken. Om die reden staat er steeds bij van welke dollarkoers is uitgegaan.  Risico van koersverandering is voor de SDD-MoU uitgesloten doordat men hiervoor een valutatermijncontract heeft gesloten. Dat houdt in dat de dollars meteen al bij het aangaan van het MoU zijn aangeschaft.
  3. Door nieuwe afspraken: de MoU’s worden soms aangepast, bijvoorbeeld doordat er een nieuwe deelnemer bijkomt (en de kostenverdeling er dus anders uit komt te zien) of op basis van nieuwe ramingen van het JPO. Zo zijn de bijdragen van de partners in de PSFD-MoU enkele keren neerwaarts bijgesteld doordat de kosten lager geraamd werden.  In april 2014 is de MoU van de IOT&E aangepast waardoor de Nederlandse bijdrage 7,5 miljoen euro hoger werd. Dat was omdat inmiddels voor de testfase een langere duur was afgesproken en omdat de drie deelnemende landen (de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland) afgesproken hadden om voor de testfase een risicoreservering aan te leggen.

Rapport Uitstapkosten Joint Strike Fighter: gedane uitgaven versus nog komende uitgaven

De Algemene Rekenkamer heeft in haar onderzoek Uitstapkosten JSF (2012) onderzocht welke bijdragen per MoU was afgesproken, welke uitgaven Nederland op dat moment al had gedaan had, welke uitgaven Nederland nog te wachten stond en welke gevolgen het zou hebben, als we met onze deelname aan het programma zouden stoppen. Onderstaande informatie komt uit dit rapport. Het rapport hanteerde als peildatum 30 juni 2012 en euro’s in het prijspeil van 2012.

 

De figuur hieronder laat per MoU zien welk deel in 2012 al was betaald, en welk deel in de er op volgende jaren nog betaald moet worden. De Staat moest op 30 juni 2012 nog ongeveer 467 miljoen euro voor de MoU’s betalen. Uit de jaarrapportage over 2012 bleek dat eind 2012 daarvan al 43 miljoen was betaald.

 

In deze afbeelding is uitgegaan van peildatum 30 juni 2012. De afbeelding toont de al betaalde uitgaven plus de bedragen waarvoor al verplichtingen waren aangegaan, bijvoorbeeld in een contract. Voor de overige bedragen waren nog geen verplichtingen aangegaan.

De afbeelding toont de destijds al betaalde uitgaven, en de nog komende uitgaven. Voor sommige van de komende uitgaven zijn al verplichtingen aangegaan, bijvoorbeeld in een contract.

Let op: een verplichting aangaan wil nog niet zeggen dat Nederland dit bedrag sowieso moet betalen, bijvoorbeeld als Nederland besluit zich terug te trekken als partner. Uit ons onderzoek Uitstapkosten JSF (2012) bleek dat bij terugtrekking uit de MoU’s van de verplichte bedragen nog bijna 75 miljoen euro vrij zou vallen. Daartegenover staan wel allerlei mogelijke claims.

De afbeelding laat zien dat Nederland ten tijde van het rapport Uitstapkosten Joint Strike Fighter:

  • de voorfase (CDP) en de ontwikkelfase (SDD) al volledig had betaald;
  • van de productie, instandhouding en doorontwikkeling (PSFD) inmiddels een kwart had betaald, terwijl voor een tweede kwart inmiddels verplichtingen waren aangegaan;
  • voor de testfase (IOT&E) de meeste bedragen al had betaald, zoals het merendeel van de twee testtoestellen. Over bleven de resterende kosten van de testtoestellen en de afgesproken bijdrage voor de deelname zelf. Voor overige zaken was ruim 33 miljoen euro aan verplichtingen aangegaan, waarvan inmiddels ruim 23 miljoen euro was betaald.