Uitstapkosten JSF

Als Nederland zich deels of volledig terugtrekt uit het JSF-programma, brengt dit kosten met zich mee. De Algemene Rekenkamer onderzocht in 2012 de gevolgen voor de Staat aan tijd, geld en gevolgen voor het functioneren van de krijgsmacht.

Rapport Uitstapkosten Joint Strike Fighter

Op 25 oktober 2012 publiceerde de Algemene Rekenkamer het onderzoek Uitstapkosten JSF. Het onderzoek vond plaats nadat de Tweede Kamer een motie had aangenomen om uit het JSF-programma te stappen. Op verzoek van de minister van Defensie onderzocht de Algemene Rekenkamer drie opties:

  1. Doorgaan met het JSF-programma
  2. Terugtrekken uit testfase
  3. Terugtrekken uit hele JSF-programma en de opvolger van de F-16 ‘van de plank’ kopen

Wij zijn hierbij zowel uitgegaan van de aanschaf van 85 JSF-toestellen als van 68 JSF-toestellen (wat gelijk was aan het aantal F-16’s dat Nederland op dat moment operationeel had).

Eindconclusie onderzoek uitstapkosten JSF

De eindconclusie van ons onderzoek was duidelijk: het kabinet zou in elke optie vastlopen met de besluiten over het JSF-programma:

  • Gaan we door met het JSF-programma, dan loopt het vast op het geld: het gereserveerde budget is onvoldoende voor het geplande aantal toestellen.
  • Als het budget omhoog gaat, heeft dit gevolgen voor andere wapensystemen of projecten.
  • Vermindert de minister het aantal aan te schaffen toestellen, dan is het de vraag of de luchtmacht nog een vloot jachtvliegtuigen van voldoende omvang heeft.
  • Trekt Nederland zich uit het programma terug, dan heeft dat als consequentie dat het:

    • of duurder wordt (als Nederland daarna toch de JSF ‘van de plank’ koopt);
    • of nog meer onzekerheid creëert (als Nederland een ander toestel koopt dat nog in ontwikkeling is);
    • of binnen korte tijd opnieuw met de vervanging van een jachtvliegtuig geconfronteerd wordt (als Nederland een bestaand toestel koopt).

Kortom, iedere optie heeft consequenties voor de krijgsmacht. Centraal staat dus de vraag wat Nederland met de krijgsmacht wil: wat is de ambitie?

Conclusies over optie 1: doorgaan met het JSF-programma

Meer geld nodig

Het kabinet-Rutte-Verhagen reserveerde 4,5 miljard euro voor de opvolging van de F-16. Hiervan was bij de publicatie van ons rapport nog 4,05 miljard euro over. Dit bedrag is onvoldoende voor 85 of 68 JSF-toestellen. Voor 85 JSF’s is 8 miljard euro nodig, voor 68 JSF’s 6,5 miljard euro.

Inpassen in begroting

In de planning van het Ministerie van Defensie werd steeds uitgegaan van 85 toestellen, maar vanaf eind 2010 is niet meer aangegeven hoe deze investering in het defensiebudget ingepast moet worden. Bovendien zijn de geraamde exploitatielasten van de JSF-toestellen  hoger dan die van de F-16. Ook bij de exploitatiekosten heeft de minister niet laten zien hoe hij die in zijn budget inpast.

Reactie minister

In zijn reactie op ons rapport stelde de minister van Defensie dat hij de aanschaf van 56 JSF-toestellen in zijn begroting kan inpassen.

De JSF is dan echter minder inzetbaar omdat minder missies tegelijkertijd en van een kortere duur worden uitgevoerd. Ook moeten dan investeringsprojecten worden uitgesteld, verlaagd of geschrapt. Bovendien moeten de operationele doelstellingen van de krijgsmacht worden aangepast omdat met 56 toestellen minder taken kunnen worden uitgevoerd.  

Conclusies over optie 2: terugtrekken testfase

Vooral nadelen

Terugtrekken uit de testfase levert het Ministerie van Defensie vooral nadelen op, zowel op functioneel vlak als in tijd en geld. De nadelen zijn:

  • Nederland zou dan een eigen testfase moeten organiseren. Kosten: tussen de 63 en 318 miljoen euro. Deze kosten variëren, omdat dit afhangt van de inhoud van het testprogramma en de mogelijkheden om samen te werken met andere landen.
  • Nederland heeft twee JSF-toestellen aangeschaft, die dan misschien overbodig worden en verlies opleveren voor de Staat.
  • Het organiseren van een eigen testfase kost tijd. De F16 moet dan nog langer doorvliegen, naar verwachting tot 2029 in plaats van tot 2027. Twee jaar langer doorvliegen kost de Staat 180 tot 186 miljoen euro extra. Dit bedrag komt nog boven op de kosten van 334 miljoen euro voor het langer doorvliegen van 2015 tot 2027.

Conclusie over optie 3: Terugtrekken gehele JSF-programma en opvolger ‘van de plank’

De mogelijkheden:

  • De aanschaf van een bestaand JSF-toestel ‘van de plank’ is voor Nederland duurder dan wanneer de JSF als partnerland wordt gekocht. Dan vallen namelijk een aantal voordelen van het partnerschap weg.
  • Keuze van een ander toestel is mogelijk, maar:

    • levert óf nog meer onzekerheid op (op functionaliteit, tijd en geld), omdat de alternatieve toestellen eveneens nog in de ontwikkelfase zijn;
    • óf is bij het huidige ambitieniveau slechts een oplossing voor de korte termijn, omdat de toestellen die nu direct te koop zijn over een aantal jaar waarschijnlijk niet meer de gewenste functionaliteit leveren.

Een dergelijke keuze kan zinvol zijn als Nederland andere ideeën krijgt over wat het met de luchtmacht wil.

Na het rapport Uitstapkosten JSF: visie op de krijgsmacht

Kort na het uitkomen van het rapport Uitstapkosten JSF werd in het regeerakkoord voor het kabinet Rutte-Asscher afgesproken dat de minister van Defensie een visie op de krijgsmacht van de toekomst zou ontwikkelen met daarin een plan voor de vervanging van de F-16.

Deze visie is door de minister van Defensie op 17 september 2013 gepubliceerd in de nota ‘In het belang van Nederland’Deze visie gaat er vanuit dat de F-16 zou worden vervangen door 37 JSF’s. Het kabinet maakte gelijktijdig bij het uitkomen van de nota bekend dat het daartoe had besloten.  De Algemene Rekenkamer heeft de onderbouwing van de nota ‘In het belang van Nederland’ gevalideerd.