Industrie

Deelname aan het JSF-programma en het ontwikkelen van de JSF kost de Staat geld in de vorm van investeringskosten. Daar staat tegenover dat het orders voor de Nederlandse industrie oplevert en dus werkgelegenheid en technische kennis. De industrie betaalt mee aan de investeringskosten in de vorm van afdrachten.

Deelname aan het ontwikkelen van de JSF vergt aanzienlijke investeringen van de Staat. Investeringen die niet gedaan hoeven worden, als de JSF als bestaand vliegtuig ‘van de plank’ wordt gekocht. Het kabinet zag echter in 2002 de voordelen van deelname voor de Nederlandse luchtvaartindustrie Als Nederland partner in het JSF-programma zou worden, zouden Nederlandse bedrijven immers orders ontvangen. Deze orders leveren werkgelegenheid en technische kennis op voor Nederlandse bedrijven, die weer tot orders van andere partijen kunnen leiden.

Afdrachten industrie

De Staat en de industrie spraken in 2002 af dat de bedrijven die orders ontvangen door de Nederlandse deelname aan het JSF-programma, een financiële bijdrage leveren. Op die manier betalen zij de meerkosten terug die de Staat maakt voor deelname aan de ontwikkeling van de JSF. Uitgangspunt was dat de Staat niet duurder uit wilde zijn bij deelname aan de JSF-ontwikkelfase dan wanneer de JSF als bestaand jachtvliegtuig zou worden gekocht.

De afspraken voor de afdrachten van JSF-orders zijn in 2002 vastgelegd in de Medefinancieringsovereenkomst. Sindsdien betalen de Nederlandse bedrijven die JSF-orders binnenhalen, per order een percentage van de omzet af aan de Staat. De minister van Economische Zaken (EZ) meldt de afdrachten jaarlijks aan de Tweede Kamer in de voortgangsrapportage.

Orders JSF-programma

Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) registreert welke Nederlandse bedrijven JSF-orders hebben ontvangen. Dit heet de JSF-thermometer. Het geeft een overzicht van onder meer alle lopende en verwachte orders en offertes, langetermijncontracten en toekomstige mogelijkheden. De minister van EZ gebruikt de gegevens van de JSF-thermometer voor de voortgangsrapportages Vervanging F-16 / Verwerving F-35. In de voortgangsrapportages Vervanging F-16 / Verwerving F-35 meldt het Ministerie van EZ hoeveel opdrachten er in totaal in contracten zijn vastgelegd. De minister meldt, naast de waarde in dollars, welk deel van de orders uit ontwikkelwerk bestaat en welk deel uit productiewerk. Dit onderscheid is belangrijk, omdat bedrijven over ontwikkelwerk geen afdrachten hoeven te betalen.

In 2014 heeft de minister van EZ met de Tweede Kamer afgesproken dat de tabel met de waarde van de vastgelegde contracten steeds opgenomen wordt in de voortgangsrapportage van september (van het volgende jaar). Op het moment van de rapportage in maart zijn de opgaven van de bedrijven namelijk nog niet gecontroleerd. Vanaf de voortgangsrapportage van september 2015 maakt de minister bovendien onderscheid tussen de werkelijk geplaatste orders en raamcontracten voor de lange termijn. De Algemene Rekenkamer gaf vanaf 2009 al in haar rapporten aan dat niet alle orders die destijds in de voortgangsrapportages werden genoemd ook definitieve orders waren. Bij raamcontracten voor de lange termijn moet namelijk nog blijken of deze tot daadwerkelijke orders leiden. 

Raamcontracten

Tot dusver zijn de orders voor de Nederlandse industrie gebaseerd op contracten van maximaal één jaar. De reden daarvan is dat ook de hoofdaannemers (Lockheed Martin, Pratt & Whitney en Northrop Grumman) werken op basis van eenjarige contracten. Zolang de JSF nog niet in volle productie is, krijgen zij van de Amerikaanse regering slechts contracten voor het produceren van één serie JSF-toestellen tegelijk.

Het nadeel van eenjarige contracten is dat de bedrijven die de orders moeten uitvoeren, veel moeten investeren voor het werk, bijvoorbeeld in machines en personeel. Daarom hebben de hoofdaannemers met hun onderaannemers (bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven) zogenoemde raamcontracten afgesloten. Daarin is onder meer het voornemen vastgelegd om de orders voor volgende series in principe weer bij deze bedrijven neer te leggen.

Echter, deze raamcontracten zijn niet bindend. Als een Nederlands bedrijf niet langer het beste aanbod heeft of als het aantal toestellen in de volgende serie daalt, kan de hoofdaannemer besluiten om het Nederlandse bedrijf over te slaan. Het raamcontract biedt dus geen zekerheid. De raamcontracten zijn overigens ook opgenomen in de JSF-thermometer. Ook dit is een onzeker element in de voortgangsrapportages Vervanging F-16 / Verwerving F-35.

2012: Onderzoek Algemene Rekenkamer naar gevolgen uitstappen JSF

De Algemene Rekenkamer onderzocht in het najaar van 2012, op verzoek van de minister van Defensie, de gevolgen voor de Staat van uitstappen uit het JSF-programma. Tegelijkertijd liet de minister van EZ onderzoek doen naar de mogelijke gevolgen voor de industrie als Nederland deels of helemaal uit het JSF-programma stapt.