Afdrachten

De Nederlandse industrie draagt over haar JSF-productie- en onderhoudsorders een percentage van de omzet af aan de Staat. Hiermee betaalt de industrie een deel van de Nederlandse JSF-investeringskosten terug aan de Staat. Wat is er inmiddels afgedragen en wat zijn de afspraken tot 2030?

Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) houdt een overzicht bij van de afdrachten van Nederlandse bedrijven over JSF-orders. De minister toont deze cijfers ieder halfjaar in de voortgangsrapportages Vervanging F-16/Verwerving F-35. Bedrijven betalen afdrachten over de omzet van productiewerk dat is uitgevoerd en betaald. De afdracht is een percentage van deze omzet, het zogenoemde afdrachtpercentage. De eerste afdrachten vonden plaats over het jaar 2008.

Afdrachten

In de voortgangsrapportages meldt de minister van EZ steeds de afdrachten die door de industrie aan de Staat in het afgelopen jaar (steeds vóór 30 juni) zijn gedaan over de omzet in het jaar daarvoor. De omzet kan worden gecontroleerd door de Auditdienst Rijk (ADR).

In de voortgangsrapportage van 15 september 2015 heeft  de minister gemeld dat de totale waarde van de overeenkomsten per 31 december 2014 ongeveer $1.033 miljoen bedroeg. Dit bestond uit ongeveer  $922 miljoen aan Purchase Orders (PO’s) en ongeveer $110 miljoen aan Long Term Agreements (LTA’s, langetermijnovereenkomsten). De Nederlandse bedrijven doen in het tweede kwartaal van 2016 de formele opgave van de waarde van nieuwe en aanvullende overeenkomsten in 2015, conform de bepalingen van de Medefinancieringsovereenkomst (MFO).  Vervolgens zullen de Nederlandse bedrijven uiterlijk op 30 juni 2016 de afdracht zoals verschuldigd vanwege de afdrachtregeling van de MFO betalen aan de Staat. De afdracht bedroeg in 2015 €1.296.640,42 uit hoofde van een omzet van €64.832.021 in 2014. Dit betekent dat van 2009 tot en met 30 juni 2015 in totaal een bedrag van €5.682.272,88 aan de Staat is afgedragen uit hoofde van afdrachtplichtige omzet.

Afdrachtpercentage

In 2002 heeft de Staat met de industrie in de Medefinancieringsovereenkomst vastgelegd dat zij 3,5 procent van haar omzet uit JSF-contracten zou afdragen. In 2008 zijn nieuwe afspraken gemaakt, die per jaar verschillen.  In 2009/2010 is naar aanleiding van de arbitrage tussen de Staat en de Nederlandse industrie afgesproken dat de industrie 2 % van de JSF productieomzet afdraagt. Daarnaast is afgesproken dat, zodra omzet zou worden gerealiseerd bij de instandhouding (supportfase) van de JSF voor de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht, daarover ook zou worden afgedragen. Verder is  overeengekomen dat dit percentage zou oplopen naar 2,7 % voor de omzet in 2018, 3,4 % voor omzet in 2019 en vanaf 2020 4,1 % van de omzet. De hierbij overeengekomen afdrachtperiode liep van 2008 tot en met 31 december 2052 met een totaal af te dragen bedrag van €105 miljoen (netto contante waarde, prijspeil 2001).

De Nederlandse industrie heeft eind 2014 aangegeven dat dit oplopende percentage de concurrentiepositie bij het verwerven van opdrachten schaadt. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, is het volgende afgesproken met relevante bedrijven (Nederlandse bedrijven die bij de JSF betrokken zijn en die reeds opdrachten hebben verworven en/of die naar verwachting nog opdrachten kunnen verwerven):

  • Het afgesproken totale bedrag dat aan de Staat moet worden afgedragen blijft € 105 miljoen (prijspeil 2001, netto contante waarde).
  • Het afdrachtpercentage wordt niet verhoogd maar blijft gehandhaafd op 2.
  • De afdrachtplichtige omzet wordt aangepast. Naast de productieomzet zal alle omzet er onder vallen die Nederlandse bedrijven realiseren bij de instandhouding van de F-35. Dat was beperkt tot de productie van reservedelen en onderhoud ten behoeve van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht.

Het bovenstaande betekent dat de betaling van de €105 miljoen over een langere periode wordt uitgespreid en eindigt in 2062.

Figuur Afdrachtspercentage

Maximale afdracht

In 2020 en in 2030 bekijkt de Staat opnieuw of er voldoende afdrachten zijn ontvangen om het percentage te kunnen verlagen. De industrie hoeft immers maximaal € 105 miljoen (netto contante waarde, prijspeil 2001) af te dragen aan de Staat.