Orders

Dankzij de Nederlandse deelname ontvangt de Nederlandse industrie orders vanuit het JSF-programma. De ministers van Defensie en Economische Zaken rapporteren halfjaarlijks in de voortgangsrapportages Vervanging F-16/Verwerving F-35 welke orders zijn ontvangen en welke waarde ze vertegenwoordigen. Waarom is dat belangrijk?

De Staat en de Nederlandse Luchtvaartindustrie hebben sinds 2002 de afspraak dat een percentage van de omzet uit JSF-orders aan de Staat wordt afgedragen: de zogenoemde afdrachten JSF-orders. In 2011 daalde de totale waarde van de tot dan toe behaalde contracten van 1.006 miljoen dollar naar 972 miljoen dollar. In 2012 daalde de waarde nog verder tot 874 miljoen dollar In 2013 steeg deze weer licht, tot ongeveer 907 miljoen dollar. De totale waarde van de overeenkomsten bedroeg per 31 december 2014 ongeveer 1.033 miljoen dollar. 

JSF-thermometer

Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) registreert welke Nederlandse bedrijven JSF-orders hebben ontvangen. Dit heet de JSF-thermometer. Het geeft een overzicht van onder meer alle lopende en verwachte orders en offertes, langetermijncontracten en toekomstige mogelijkheden. De minister van EZ gebruikt de gegevens van de JSF-thermometer voor de voortgangsrapportage Vervanging F-16/Verwerving F-35.

Voortgangsrapportage Vervanging F-16/Verwerving F-35

In de voortgangsrapportage Vervanging F-16/Verwerving F-35 meldt het Ministerie van EZ hoeveel opdrachten er in totaal in contracten zijn vastgelegd. De minister meldt, naast de waarde in dollars, welk deel van de orders uit ontwikkelwerk bestaat en welk deel uit productiewerk. Dit onderscheid is belangrijk, omdat bedrijven over ontwikkelwerk geen afdrachten hoeven te betalen.

In 2014 heeft de minister van EZ met de Tweede Kamer afgesproken dat de tabel met de waarde van de vastgelegde contracten steeds opgenomen wordt in de voortgangsrapportage van september (van het volgende jaar). Op het moment van de rapportage in maart zijn de opgaven van de bedrijven namelijk nog niet gecontroleerd.

Orders JSF

Verloop orders JSF voor de Nederlandse industrie

De Nederlandse industrie had eind 2012 voor 434 miljoen dollar aan orders ontvangen voor de ontwikkeling van de JSF. Sinds 2005 werkt de industrie ook mee aan de productie.. In 2010 stond de stand voor productiewerk volgens de minister van EZ nog op 590 miljoen dollar; samen met het ontwikkelingswerk  dus 1006 miljoen dollar. Eind 2012 was de omzet uit productiewerk gedaald tot 440 miljoen dollar; het totaal van de omzet (ontwikkeling en productie samen) telde op tot 874 miljoen dollar. Dit komt doordat een aantal orders zijn geannuleerd of uitgesteld vanwege vertraging in de productie van de JSF. Op 31 december 2014 was het totaal ongeveer 1.033 miljoen dollar. Dit bestond uit circa 922 miljoen dollar aan productieopdrachten en circa 110 miljoen dollar aan lange termijn overeenkomsten.  De stand per 31 december 2015 zal pas in de voortgangsrapportage van september 2016 bekendgemaakt worden.

Kanttekening orders

Niet alle JSF-orders die de minister van EZ noemt in zijn voortgangsrapportage zijn definitieve orders. Dit schreef de Algemene Rekenkamer al vanaf 2009 in haar rapporten. 

In de jaarrapportage over 2013 kondigde de minister aan dat in de eerstvolgende rapportage de tabel gebaseerd zal zijn op de werkelijk geplaatste orders, en niet meer op de langetermijnraamcontracten. Daarvan moet namelijk nog blijken of die tot daadwerkelijke orders leiden. In de voortgangsrapportage van september 2015 staan zowel de langetermijncontracten als de werkelijk geplaatste orders.

Raamcontracten

Tot in 2012 zijn de orders voor de Nederlandse industrie gebaseerd op contracten van maximaal één jaar. De reden daarvan is dat ook de hoofdaannemers (Lockheed Martin, Pratt & Whitney en Northrop Grumman) werken op basis van eenjarige contracten. Zolang de JSF nog niet in volle productie is, krijgen zij van de Amerikaanse regering slechts contracten voor het produceren van één serie JSF-toestellen tegelijk.

Het nadeel van eenjarige contracten is dat de bedrijven die de orders moeten uitvoeren, veel moeten investeren voor het werk, bijvoorbeeld in machines en personeel. Daarom hebben de hoofdaannemers met hun onderaannemers (bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven) zogenoemde raamcontracten afgesloten. Daarin is onder meer het voornemen vastgelegd om de orders voor volgende series in principe weer bij deze bedrijven neer te leggen.

Echter, deze raamcontracten zijn niet bindend. Als een Nederlands bedrijf niet langer het beste aanbod heeft of als het aantal toestellen in de volgende serie daalt, kan de hoofdaannemer besluiten om het Nederlandse bedrijf over te slaan. Het raamcontract biedt dus geen zekerheid. De raamcontracten zijn overigens ook opgenomen in de JSF-thermometer. Ook dit is een onzeker element in de voortgangsrapportage Vervanging F-16/Verwerving F-35.