Gevolgen langer doorvliegen

De huidige F-16’s moeten langer doorvliegen dan aanvankelijk was gedacht, in elk geval tot in 2023. Het Ministerie van Defensie heeft de financiële gevolgen van het langer doorvliegen met de F-16 in de nota ‘In het belang van Nederland’.

Vlieguren F-16

De F-16 is ontworpen om in totaal maximaal achtduizend vlieguren te kunnen vliegen bij gebruik als jachtvliegtuig. Nederland gebruikt de F-16 echter intensiever: allround, voor luchtverdediging, maar vooral ook als bommenwerper. Dat laatste belast het toestel zwaarder dan waar het in eerste instantie voor was ontworpen. Begin jaren tachtig bleek de oorspronkelijke technische levensduur van het toestel tot achtduizend uur daarom niet meer gegarandeerd en werd zesduizend uur aangehouden. Door enkele aanpassingen is de levensduur van de Nederlandse F-16’s inmiddels voor een deel hersteld, maar dit geldt niet voor het hele airframe. Dit betekent dat het toestel technisch gesproken in staat moet worden geacht om langer dienst te kunnen doen dan maximaal zesduizend vlieguren, maar met een verhoogd risico.

Een Nederlandse F-16 vloog tot voor kort ongeveer 180 uur per jaar. Als dit zo door zou zijn gegaan, zou een toestel eind 2022 gemiddeld 6.124 uren hebben gevlogen. Het aantal gevlogen vlieguren per toestel is van veel zaken afhankelijk:

  • het vliegurenbudget (het gepland totaal aantal vlieguren met alle operationele toestellen per jaar) dat beschikbaar is voor het vliegen met de F-16;
  • de mate waarin het Ministerie van Defensie de toestellen inzet voor missies;
  • het aantal toestellen dat de komende jaren verloren gaat. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is te verwachten dat er nog enkele toestellen verloren kunnen gaan tot de volledige uitfasering uit de luchtmacht in 2023. De toestellen die overblijven, moeten dan meer vlieguren maken.

Door in de nota ‘In het belang van Nederland’ voor het vliegurenbudget nog maar uit te gaan van 61 toestellen, terwijl er in werkelijkheid meer zijn, hoopte het Ministerie van Defensie dat het aantal vlieguren dat per toestel gevlogen werd, zou dalen. Dat zou schelen in onderhoud en het zou langer duren eer de toestellen aan hun maximum aantal vlieguren komen.

Langer doorvliegen F-16: financiële gevolgen

De Algemene Rekenkamer waarschuwde in 2010 dat er langer doorgevlogen moest worden met de F-16, omdat het er toen naar uitzag dat de levering van de JSF niet in 2015 maar pas in 2019 zou starten. De levering zou dan in 2027 zijn afgerond. In ons rapport Monitoring Vervanging F-16 Stand van zaken december 2011 meldden we dat dit ruim € 300 miljoen aan investeringen in de F-16 zou vergen. Daarmee konden tot en met 2018 de gevechtscapaciteiten én de technische staat van de toestellen in stand worden gehouden. Vanaf 2018 tot 2021 zouden de toestellen alleen nog technisch in stand worden gehouden. In ons onderzoek hebben we ook de extra exploitatiekosten er nog bijgeteld. Zo kwamen we tot een bedrag van € 334 miljoen in totaal. In dit bedrag zijn de volgende kosten niet meegenomen:

  • het vervangen van de vleugels;
  • de kosten om de toestellen ook vanaf 2021 technisch op niveau te houden;
  • het afvoeren van de F-16’s nadat ze buiten gebruik waren gesteld.

Figuur: F-16 investerings- en exploitatiekosten (raming minister van Defensie 2012)

In de € 334 miljoen die nodig was voor het langer doorvliegen met de F-16, was bovendien geen rekening gehouden met eventuele verliezen van toestellen. Het ministerie kan F-16’s die verloren gaan, daardoor niet compenseren door nieuwe F-16’s aan te schaffen. Dit betekent dat de vloot F-16’s krimpt en dat de overgebleven toestellen meer moeten vliegen. In het onderzoek Uitstapkosten JSF bleek dat nóg twee jaar langer doorvliegen met de JSF, namelijk tot 2029, tot € 186 miljoen extra kost:

  • Uitfaseren vanaf 2019: € 334 miljoen extra;
  • Uitfaseren vanaf 2022: € 180 - € 186 miljoen extra.

Verlaging aantal vlieguren per F-16: lagere kosten langer doorvliegen

In 2013 besloot het kabinet dat de F-16 vanaf 2019 vervangen zou worden. De minister van Defensie besloot  tevens om de investeringen te verlagen die nodig zijn om met de F-16 door te kunnen vliegen (nota ‘In het belang van Nederland’). Volgens de minister kon dat doordat zij het aantal vlieguren per toestel verlaagd had. Daardoor, en doordat de vervanging van de F-16 al in 2023 zal zijn afgerond, kunnen volgens de minister een aantal investeringen voor langer doorvliegen achterwege blijven. De minister berekende dat de benodigde investeringen om de F-16 zo lang in de lucht te houden, € 181,4 miljoen zijn.

Langer doorvliegen: samenwerkingsverband landen met F-16

Bij de aanschaf van de F-16 is het Multi National Fighter Program (MNFP-verband) opgericht. Dit programma bestaat uit de landen België, Denemarken, Noorwegen, Nederland, Verenigde Staten en Portugal. Binnen het MNFP-verband kunnen de landen samen (en dus goedkoper) aanpassingen doorvoeren aan hun jachtvliegtuigen.